Het oudejaarsrapport van Geert Hoste en Raf Coppens

Liv Laveyne evalueert hieronder de eindejaarsconferences van Geert Hoste en Raf Coppens. Voor een tweede opinie over Raf Coppens kan je ook eens kijken bij De Standaard.

Van onze medewerkster Liv Laveyne

Wat is er het afgelopen jaar gebeurd? Wie deed het met wie en waarom? Wanneer komt er een oplossing voor B-H-V? En hoe zou het nog zijn met het kapsel van Fabiola? De oudejaarsconference, een traditie waarmee cabaretier Wim Kan in 1954 begon in Nederland, is het laatste decennium ook in Vlaanderen ingeburgerd geraakt. Geert Hoste, vaste conferencier van de VRT, kreeg twee jaar geleden weerwerk van Raf Coppens op VTM. Beide toeren momenteel langs uitverkochte theaterzalen met hun nieuwe conferences die met de overgang van oud naar nieuw op televisie uitgezonden worden. De Morgen legde Hostes ‘Staat’ naast Coppens ‘In ‘t midden’.

HARTENHEER
Geert Hoste Staat ***

Titel: ‘Geert Hoste staat’ is ongetwijfeld de beste titel uit Hostes oeuvre. Zeker na zijn vorige conference ‘Geert Hoste Patat’ dat veeleer de ‘lap, een Hollander in een Vlaams frietkot’-gedachte opriep. Met ‘Geert Hoste staat’ getuigt de conferencier van zelfvertrouwen en belooft hij dubbelzinnige humor: de titel verwijst zowel naar het onderwerp dat hij zal aansnijden (de Belgische staat of de staat waarin België verkeert) als de wijze waarop hij het podium zal innemen en zijn publiek bespelen.

Begin Goed begonnen is half gewonnen: dat geldt ook bij humor. De eerste lach is het verlossende schot dat de voorstelling op gang trekt. Hoste waagt zich op glad ijs met een ‘vals schot’: hij doorprikt onmiddellijk alle verwachtingen door te verklappen dat hij het over een ‘heusnoorn’ zal hebben en ook over de dood van de paus. “En dan wil ik dat jullie met ‘ooh’ reageren,” voegt hij eraan toe. Hoste geeft het publiek meteen een inkijk in zijn show en creëert zo een vertrouwensband.

Podiumpresence Hoste begon zijn carrière als mimespeler: dat betekent dat hij oog heeft voor het kleine en grote gebaar maar ook dat hij de ‘afmetingen’ van het podium kent en verkent. Hoste is het duveltje uit het doosje dat met een veer onder zijn schoenen twee uur lang tussen côté cour en côté jardin vibreert. Soms is het van het goede teveel: iets meer rustpunten in zijn vertelling zouden de voorstelling meer ademruimte geven. De breedte van een podium gebruik je als de leestekens in een zin: bij een pointe, een punt, zet je je best even stil.

Thema’s De oudejaarsconference is traditioneel het moment waarop de rekening gepresenteerd wordt en de hoge bomen wind vangen. Het morrende volk lacht want de machthebbers worden te kakken gezet. Hoste is daarin altijd ‘de kleine mens’ tegemoet gekomen met milde politieke satire.

In ‘Geert Hoste staat’ legt de conferencier meteen zijn focus vast. De rode draad doorheen zijn betoog zal de liefde zijn. Loslopend wild voor deze schutter is uiteraard het koppel Greet Op de Beeck en Patrick Dewael die de bijnaam ‘Ambilaventix, de playboy uit Tongeren’ opgespeld krijgt. Ook ander wild zoals het konijn Verhofstadt wordt niet gespaard wiens gesleten tanden niet resulteerden in een splitsing van B-H-V. Hoste verkent de mogelijkheden van humor. Hij relativeert (de vrouw op de operatietafel van ‘Beautiful’ die een kruisteken maakt terwijl de Schepper het verbrod heeft). Hij keert situaties om (het stoffige oventje bij de Pausverkiezing versus de islamitische vreugdevuren) Hij redeneert door tot in het absurde (met als interessante Verhofstadt-variant op de Dehaene uitspraak: “Voor alle problemen vinden we een oplossing en vermits er geen oplossing is er geen probleem”). Of speelt met clichés wanneer hij het broeder Jakob-versje in de Pausverkiezing verwerkt. Maar ook hier geldt ‘alles met mate’: een tweede grap over moslims en mannen met baarden als Jan, Piet, Tjoris en Corneel is al wat minder leuk.

Opvallend afwezig in Hostes betoog is het Vlaams Belang. Ook het koningshuis ontziet Hoste grotendeels in tegenstelling tot voorgaande jaren. Wanneer hij wel kritiek levert, is dat oprecht wrang: het kind van Delphine Boël, de buitenechtelijke dochter van koning Albert, dat niet erkend wordt door opalief.

Structuur Hoste rijft naadloos thema’s uit de actualiteit aaneen. Het thema liefde waaiert breed uit van de VRT-gebouwen (de Reyerslaan heet voortaan de Vrijerslaan), naar de letterlijke hartepijn van de eerste minister tot bij de vogelgriep en de burgemeestersstier uit ‘Man bijt hond’. Hoste prikt humor op één vork zoals van een rijk gevuld bord aan economische, politieke, socio-culturele topics. Na de pauze is de nieuwe paus aan zet om uit te komen bij een underdog Belg als Godfried Danneels en de verwondering als een Belg wel eens wint zoals Tom Boone.

Slot De ‘heusnoorn’, het eigenaardige dier uit het spelletjesprogramma ‘Toeters en Bellen’ dat sporadisch opduikt in deze show, laat zijn ware aard zien aan het slot.

Bis Na een show die de liefde centraal stelt, belijdt Hoste zijn eerste liefde: de mime. Het hitje van Laura Lynn ‘Je hebt me duizend maal bedrogen’ dat hij in het begin hekelde, krijgt nu een uitvoering in doventaal. Na het verbale spervuur geeft dit stukje mime de show een mooie patina.

‘Moa seg’ moment Een conferencier wil zijn publiek ook uitdagen en de grenzen van moraal en goede smaak verkennen. Op straffe van te veel te vertellen, geven we u toch deze spotternij mee: de Amerikaanse minister Condoleezza Rice beweert dat er geen Iraakse soldaten worden gemarteld. Tijdens een werkbezoek in Brussel denkt ze dat het beeldje van Manneke Pis een monument voor de onbekende soldaat is.

Werk aan de winkel ‘Geert Hoste staat’ munt uit in professionalisme, is af en geslepen maar mist daardoor ook een rauw kantje. Hostes sterkte is tevens zijn Achilleshiel: toegankelijke humor voor een breed publiek en bereid iedereen wat wils te geven. Het zorgt ervoor dat we het naast politieke satire ook met weinig geslaagde onderbroekenlok moeten doen. Een goede grap wordt vaak doodgeslagen door er een plattere tweede en derde variant aan toe te voegen (vb. flauwe woordgrappen in verband met onderwaterbevallen). Dat is begrijpelijk aangezien de derde variant vaak de luidste lach genereert maar we denken dat Hoste zijn publiek – dat meegroeit met hem – best al wat meer kan uitdagen.

‘Geert Hoste staat’ tot 4 februari in de theaterzalen. Info: www.geerthoste.be

HARTENBOER
Raf Coppens, In’t Midden

Titel: ‘In ‘t midden’ is de vrijblijvende titel van Coppens’ show: 2005 is inderdaad het midden van een decennium.

Begin Wanneer het publiek de zaal binnenkomt, speelt Coppens rechterhand, de pianist Kris Vermeir, een reeks liefdadigheidsnummers zoals het tsunami-nummer ‘Geef een teken’ en ‘Do they know it’s Christmas time?’ van Band Aid. Niet alles is even loepzuiver gezongen en aangezien hier nog geen kader wordt geschapen voor wat komen gaat, kunnen we alleen maar hopen dat deze sfeerschepping een ironische functie heeft. Vermeir introduceert Coppens op het podium met het lied ‘Raf Coppens laat u maar eens gaan’ maar de tekst is te zwak om te beklijven of te doen lachen.

Podiumpresence Coppens is het spiegelbeeld van de flamboyante Geert Hoste. Hij is de underdog, de ‘mottigaard’ die zich enkel met Prozac weet staande te houden in deze klotewereld. Wij zijn doorgaans wel te vinden voor het type van de ‘working class hero’, alleen kan Coppens moeilijk sympathie opwekken. Een conferencier hoeft niet enthousiast op een podium te staan, maar dient wel enthousiasme bij zijn publiek te genereren.

Coppens heeft als conferencier geleerd: de stand-up comedian die vroeger nauwelijks van zijn vierkante meter week, is iets losser geworden. Zijn stijve hark-erigheid werkt ook in zijn voordeel: wanneer hij een dansje brengt op het hitje ‘Snappy das kleine krokodil’ is het lachen geblazen.

Thema’s Coppens steekt van wal met de orkaan Katarina, verbindt daar clichématig muziekgroepen als Katrina and the Waves en Wet Wet Wet aan en laat zelfs nog even een belegen Clinton en Monica Lewinsky mop opdraven. Hij heeft ook een verklaring waarom alle orkanen naar vrouwen genoemd worden: ze hebben een onvoorspelbaar karakter en kunnen geen kaart lezen. De mannen in de zaal joelen.

Coppens humor wordt wel eens ‘mannenhumor’ genoemd ofwel grove tooghumor waarin platte seksmoppen over Kim Clijsters spreidstand goed gedijen. Er wordt wat geschoten met losse flodders tv-kritiek: over de omroepsters van Eén (“Het getal duidt meteen ook hun IQ,” aldus Coppens. Over VTM-omroepsters zwijgt hij wijselijk). De relatie Op de Beeck-Dewael is aanleiding voor een Flair-enquête over vreemdgaan en mondt uit in een pijnlijk hijgtelefoontje.

Politieke satire blijft grotendeels achterwege. Het koningshuis loert om de hoek met een belegen grap over de seks tussen Filip en Mathilde en een geslaagde grap over de ‘ophokplicht’ van het kapsel van Fabiola. Dat neemt evenwel niet weg dat we het met het kapsel van Fabiola nu wel gehad hebben. Coppens kiest in deze show voor zekerheid met veel imitaties van sportlui zoals Aimé Antheunis, Jan Ceulemans en Kim Gevaert. Tot twee maal toe geeft Coppens toe dat zijn vroegere typetjes, de neutende Musseeuw en knorrende Dehaene, interessanter materaal leverden dan een intelligente jongen als Tom Boone of het konijn Verhofstadt. Dat gezegd zijnde haalt hij die oude succesnummertjes weer van stal.

Coppens zoekt niet de hoge bomen maar de al platgetrapte stuiken op om zijn humor bot te vieren. Hij lijkt met deze show vooral de comedian van de ‘verbrande moppen’ te worden: over dikke mensen, allochtonen, daklozen en homoseksuelen. Het geeft een wrang gevoel.

Structuur Coppens hanteert de losse pols stijl. Vloeiende overgangen zijn niet zijn sterkste kant en meestal maakt hij er zich dan ook van af met ‘zo dat stuk is afgerond’. De weinige momenten dat hij wel naar samenhang streeft zoals de overgang van de orkaan naar het huis van de Pfaffs en van de Portugese bosbranden naar de Parijse autobranden is industriële lijm die het gebrek aan inhoudelijke banden niet camoufleert. De resem aan tv-kritiek gaande van ‘De Grootste Belg’ tot ‘Matroesjka’s’ eindigt bij ‘De Afvallers’. Coppens zingt “Ik ga fretten totterdood, dan krijg ik een massagraf.” Met vettige blurpgeluiden gaan we de pauze in.

Het tweede deel van ‘In ‘t midden’ is consistenter. De liedjes die Vermeir bij aanvang van de voorstelling speelde, waren de voorbode voor de reeks benefietparodieën die Coppens nu brengt: voor hardrijder Walter Grootaers, voor het Vlaams Belang (“Couscous eten doe ik niet”). Een rake sneer naar ‘make poverty history’ U2 maakt het een beetje goed alsook een bijdehante vergelijking tussen jongeren en bejaarden.

Einde Coppens brengt zijn benefietlied ‘Geef al uw geld aan mij’. De lauwe tekst slaagt er niet in om het menselijke egoïsme te hekelen (als dat al Coppens bedoeling was). In deze grande finale krijgt hij de handen van het publiek moeilijk op elkaar.

Bis In een spreekwoordenlied en ode aan Will Tura somt Coppens zelfverzonnen spreekwoorden op. Ze benaderen de boerenspreuken op de Druivelaar-kalender: ‘Wie te paard radijzen plukt, is algauw verongelukt.’ Het was Coppens vanop een boerenknol.

Moa seg moment De soap ‘Thuis’, die toch een afspiegeling van het leven moet zijn, noemt Coppens ongeloofwaardig want “er speelt een Marokkaan in mee die werkt.”

Werk aan de winkel Coppens humor wordt steeds platter en minder inventief. Voor een eindejaarsconference met inhoud en een mening valt ‘In ‘t midden’ te mager uit.

‘Raf Coppens in ‘t midden’ tot 23 februari in de theaterzalen. Info: www.rafcoppens.be

Leave a Reply

Spam Protection by WP-SpamFree